Eenzijdige doofheid
01 Algemeen
02 Gehoor
03 SSD-oorzaken
04 SSD-gevolgen
05 Sociale effecten
06 SSD-ervaringen
07 SSD bij kinderen
08 Hoortoestellen
09 Hoorhulpmiddelen
10 Ondertiteling
BCD (Baha & Ponto)
11 BCD-indicatie
12 BCD-softband
13 BCD-schroef
14 BCD-operatie
15 Schroefproblemen
16 BCD-ontwikkeling
17 BCD-toestellen
18 BCD-gebruik
19 BCD-batterijen
20 BCD-accessoires
21 BCD-problemen
22 BCD-verzekering
23 BCD-ervaringen
24 Onderzoek
25 BCD-vergoeding
26 Politiek
Zowel in binnen- als buitenland wordt wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de gevolgen van eenzijdige doofheid en de resultaten van een botverankerd hoortoestel bij eenzijdige doofheid.
The Ear Foundation uit het Verenigde Koninkrijk zocht in 2009 in vijf biomedische databases naar wetenschappelijke artikelen die betrekking hebben op de Baha. Er werden 311 publicaties gevonden, waarvan de oudste dateert uit 1980 met daarin de eerste toepassing van de Baha in 1977. De 311 publicaties worden opgesomd in dit document van The Ear Foundation. In de jaren 1980 waren er in totaal 15 publicaties, in de jaren 1990 waren het er 92, en tegenwoordig zijn er meer dan 25 publicaties per jaar met betrekking tot botverankerde hoortoestellen. Deze groei in het aantal wetenschappelijke publicaties blijkt ook duidelijk uit de onderstaande grafiek (bijgewerkt tot en met oktober 2009) [bron: The Ear Foundation].
Via de onderstaande links kunnen verschillende wetenschappelijke artikelen over bijvoorbeeld de Baha worden gevonden:
In de onderstaande tabel staat een aantal websites waar naar wetenschappelijke publicaties kan worden gezocht:
link | titel | land |
PubMed.gov | Internationaal | |
Trip Database | Internationaal |
In deze databases kan bijvoorbeeld op de volgende (Engelse) woorden worden gezocht:
Engels | afgekort | Nederlands |
Unilateral Hearing Loss | UHL | eenzijdig gehoorverlies |
Sudden (Sensorineural) Hearing Loss | S(S)HL | (perceptieve) plotsdoofheid |
Single-Sided Deafness | SSD | eenzijdige doofheid |
Bone-Anchored Hearing Aid | Baha | botverankerd hoortoestel |
De allereerste publicaties uit begin jaren 1980 hebben hoofdzakelijk betrekking op de technologie en in het bijzonder de toepassing van titanium als materiaal voor het implantaat. In totaal gaat Zo'n 20% van de door The Ear Foundation opgesomde publicaties (61 van de 311) over het gebruik van titanium, maar het percentage daalt wel door de tijd: waren het nog 67% van de papers in de jaren 1980, in de jaren 1990 was dit nog 30%, en sinds 2000 gaat het nog maar om 11%.
Zon 4% van de studies (13 van de 311 publicaties) heeft betrekking op mogelijke infecties of het mogelijk mislukken van de implantatie of osseo-integratie. Ook de werking van het toestel is onderzocht, ook in vergelijking met andere mogelijke hulpmiddelen in verschillende situaties en bij verschillende typen gehoorverlies.
Zo'n 20% van de studies (63 van de 311 publicaties) heeft (ook) betrekking op kinderen, de eerste in het midden van de jaren 1990 (afgezien van twee studies uit 1992 en 1993 die zich specifiek richtten op de operatie zelf). Pas later kwamen er studies waarbij veranderingen in de kwaliteit van leven van kinderen met een Baha aan de orde komen.
Met zo'n 14% van de studies (45 van de 311 publicaties) bestaan er minder publicaties met betrekking tot de impact van de Baha op het dagelijkse leven en de patiënttevredenheid in vergelijking met publicaties met betrekking tot operaties of andere medische aspecten. In deze eerstgenoemde studies gaat het om aspecten als spraakverstaan en geluidslokalisatie. Deze worden vaak gebaseerd op audiologische maatstaven, maar er zijn ook studies die zich baseren op vragenlijsten die zijn ingevuld door Baha-gebruikers. Daarbij wordt ook onderzoek gedaan naar de tweezijdige toepassing van de Baha en de eenzijdige toepassing bij mensen met eenzijdige doofheid [bron: The Ear Foundation].
In een rapport uit 2003 onder de titel “Gehoor voor het gehoor” adviseerde de Raad voor Gezondheids-Onderzoek (RGO) — in 2008 gefuseerd met de Gezondheidsraad (GR) — een platform op te richten waar onderzoekers, mensen met een gehoorbeperking en professionals uit onderwijs, zorg en industrie gezamenlijk zouden kunnen nadenken over onderwerpen en prioriteiten binnen het gehooronderzoek.
Op 1 december 2006 ging dit platform onder de naam “HoorPlatform” officieel van start met een symposium over het gehooronderzoek in Nederland. Door het platform wordt jaarlijks een brochure onder de titel “Gehoor in onderzoek” uitgebracht, met daarin een overzicht van actueel gehooronderzoek [bron: HoorPlatform].
link | titel | taal | bron |
Gehoor in onderzoek: 2009 2008 2007 2006 |
Nederlands | HoorPlatform |
Ieder gezond mens heeft twee oren, en we hadden al gezien dat bij normaalhorenden het gebruik van beide oren samen een aantal belangrijke voordelen oplevert op het gebied van richtinghoren en spraakverstaan in rumoer. Het is dus goed voor te stellen dat het ook voor (tweezijdig) slechthorenden voordelen kan hebben om aan beide zijden hoortoestellen aangemeten te krijgen [bron: onderzoek dr. M. Boymans]. Tot 1999 waren de mogelijke voordelen van een tweezijdige aanpassing niet eerder systematisch onderzocht. In verband met eventueel te veranderen regelgeving op het gebied van hoortoestelvergoedingen is de stichting Platform for Audiological Clinical Testing (PACT) in 1999 in opdracht van het adviesorgaan College voor Zorgverzekeringen (CVZ) een breed onderzoek gestart naar de meerwaarde van de tweezijdige aanpassing met hoortoestellen.
Het CVZ is een zelfstandig bestuursorgaan op het terrein van onder andere de Zvw. Het CVZ neemt een onafhankelijke positie in tussen de beleidsbepalende partijen (politiek en ministeries) en de uitvoerende partijen (zorgverzekeraars en zorgaanbieders). Zijn missie: het CVZ borgt en ontwikkelt de publieke randvoorwaarden van het zorgverzekeringsstelsel, zodat de burgers hun aanspraak op zorg kunnen realiseren.
Rapporten van het CVZ dien betrekking hebben op hoorhulpmiddelen:
datum | rapport | publicatienr. |
30-05-2011 | Afschaffing vergoedingslimieten hoortoestellen | 302 |
02-04-2010 | Hulpmiddelenzorg 2010 Deelrapport van het Pakketadvies 2010 |
286 |
25-08-2009 | Afbakening hulpmiddelenzorg en geneeskundige zorg, zoals medisch-specialisten die plegen | 280 |
16-07-2009 | Heroriëntatie hulpmiddelen — Vergoeding hulpmiddelenzorg beter geregeld | 279 |
14-04-2008 | Hulpmiddelenzorg 2008 Deelrapport van het Pakketadvies 2008 |
257 |
22-06-2006 | Monitor hulpmiddelen 2006 | -- |
22-06-2006 | Singaleringsrapport hulpmiddelen 2006 | -- |
23-06-2005 | Monitor hulpmiddelen 2005 | -- |
28-04-2005 | Signaleringsrapport hulpmiddelen 2005 | -- |
27-05-2004 | Monitor hulpmiddelen 2004 | -- |
22-04-2004 | Signaleringsrapport hulpmiddelen 2004 | -- |
De stichting PACT is een samenwerkingsverband van vrijwel alle Nederlandse AC's. Door praktisch onderzoek gebaseerd op een wetenschappelijke werkwijze en literatuurstudies wil PACT een bijdrage leveren aan een betere audiologische zorg in Nederland.
De verschillende onderdelen van het PACT-onderzoek zijn bewerkt tot internationale publicaties die deel uitmaken van het proefschrift getiteld ‘Intelligent processing to optimise the benefits of hearing aids’, waarop M. Boymans op 24 september 2003 is gepromoveerd. Alle resultaten van deze studie staan bovendien in detail beschreven in CVZ-rapport getiteld 'Vereenvoudiging en verruiming indicatiecriteria hoortoestellen'. Dit rapport is verkrijgbaar onder publicatienummer 119 bij CVZ.nl.
De conclusies die het CVZ trok op basis van de onderzoeksresultaten kunnen in grote lijnen als volgt worden samengevat:
Tweezijdige aanpassing. Het CVZ concludeert dat de resultaten een wetenschappelijke onderbouwing geven aan de meerwaarde van een tweezijdige aanpassing van hoortoestellen.
Deprivatie-effect. Verder is wetenschappelijk aangetoond dat de restcapaciteit van een slechthorend oor onomkeerbaar achteruit gaat, indien deze onvoldoende geluidsaanbod krijgt. Dit verschijnsel wordt het deprivatie-effect genoemd, en pleit voor een beoordeling van de noodzaak tot aanschaf van een hoortoestel per oor in plaats van voor het beste oor.
Eenzijdige slechthorendheid. In de studie is voor de éénzijdig slechthorenden voor bijna alle uitkomstmaten een significante meerwaarde gevonden bij het dragen van één hoortoestel in vergelijking met het dragen van geen hoortoestel.
Baha als hoortoestel. Ten slotte heeft het CVZ gekeken of de eerstgenoemde conclusie niet alleen geldt voor de traditionele hoortoestellen, maar ook voor de Baha. Hoewel dat niet in het PACT-onderzoek was meegenomen, was op basis van onderzoek door het UMC St. Radboud in Nijmegen [Bosman e.a.; ‘Audiometric evaluation of bilaterally fitted bone-anchored hearing aids’; Audiology 2001; 40: 158-167] aangenomen, dat ook een tweezijdige Baha-aanpassing meerwaarde heeft [bron: Commissieadviezen CVZ].
In samenwerking met de afdeling Keel-Neus- Oorheelkunde (kno) verricht het AC van het UMC St. Radboud wetenschappelijk onderzoek, onder andere naar de werking van botverankerde hoortoestellen. Al het onderzoek leidt gemiddeld tot één wetenschappelijk proefschrift per jaar.
Zo heeft dr. Sylvia Kunst een promotie-onderzoek met de titel ”Baha — Evaluation of extended indications such as mental retardation and unilateral hearing impairment” uitgevoerd. In deze paragraaf wordt verder ingegaan op enkele conclusies uit het bijbehorende proefschrift van 2008, met betrekking tot eenzijdige (zowel geleidings- als binnenoor)doofheid [bron: Hoorplatform.nl].
Een ander voorbeeld van zo'n promotie-onderzoek is dat van A.L. McDermott onder de titel “The benefit & success of Baha” uit 2008 [bron: Hoorplatform.nl].
Naast promovendi doen ook studenten onderzoek op het AC. Voorbeelden van onderwerpen in scripties zijn otosclerose en erfelijk bepaalde, niet-syndromale, eenzijdige binnenoorslechthorendheid. Deze studenten staan onder begeleiding van een kno-arts en werken met het AC samen om meetgegevens te verzamelen.
Het AC werkt samen met andere AC's uit het land in zogenaamde multicenterstudies, waarbij verschillende centra de patiënt onderzoeken en alle resultaten samenvoegen en analyseren [bron: UMC St. Radboud].
Uit eerdere onderzoeken was al gebleken dat er met een Baha een significante verbetering van richtinghoren en spraakverstaan optreedt bij mensen met een verworven eenzijdige geleidingsdoofheid. Echter, bij de aangeboren groep leek geen verbetering op te treden na een Baha-aanpassing. Om dit verder te onderzoeken zijn gedurende acht jaren twintig patiënten met een aangeboren eenzijdige geleidingsdoofheid (met een gemiddelde air-bone gap van 50 dB) in het UMC St. Radboud van een Baha voorzien en gevolgd. Bijna allemaal hebben ze een aangeboren gehoorgangatresie; twee van hen hebben een aangeboren ossicular chain anomaly.
Het richtinghoren kan worden getest met negen luidsprekers die in intervallen van dertig graden links en rechts staan opgesteld. Vervolgens worden lage (500 Hz) en hoge (3000 Hz) tonen met 65 dB geluidssterkte gedurende 1 seconde aangeboden. De testpersoon moet vervolgens aangeven uit welke luidspreker hij denkt dat het geluid komt, zonder het hoofd te draaien.
Uit het onderzoek bij personen met een eenzijdige geleidingsdoofheid blijkt dat de aangeboren groep substantieel minder voordeel van de Baha bij het richtinghoren heeft dan de verworven groep; bij slechts twee personen werd een hele duidelijke verbetering waargenomen. Dit is het resultaat van al onverwacht goede resultaten in vergelijking met de verworven groep in de situatie zonder Baha. Het is onduidelijk waarom het richtinghoren en spraakverstaan bij de aangeboren groep zonder Baha relatief goed is ten opzichte van de verworven groep, maar klaarblijkelijk hebben zij zich op de een of andere manier kunnen aanpassen. Toch is de acceptatie van de Baha binnen de aangeboren groep opmerkelijk goed, als gekeken wordt naar het consistente gebruik.
Ook uit het onderzoek bij personen met een eenzijdige binnenoordoofheid bleek dat de aangeboren groep bij alle testen zónder Baha opmerkelijk beter scoorden dan de mensen met verworven SSD. Blijkbaar kunnen aangeboren eenzijdig doven zich voor een deel op de een of andere manier compenseren om richting te kunnen horen.
Een tweede conclusie was dat er geen significante verschillen waren tussen het richtinghoren zonder en met Baha. Ook waren hier geen verschillen tussen de groepen mensen met aangeboren SSD, een brughoektumor, of een andere vorm van verworven SSD.
Het spraakverstaan kan worden gemeten met korte, alledaagse Nederlandstalige zinnen. Bij de test wordt spraak in ruis (achtergrondgeluid) van 65 dB aangeboden van voren en van opzij (zowel met als zonder Baha).
In de afbeelding hieronder zijn de eerste vier luistersituaties afgebeeld:
Het spraakverstaan werd bij tien volwassenen in drie situaties getest:
Spraak aangeboden van voren in stilte (situatie F). Uit eerder onderzoek was gebleken dat de verworven groep met Baha een gemiddelde verbetering van 2,2 dB ondervond; bij de aangeboren groep was dit 1,3 dB. Uit dit onderzoek leidde de Baha bij 4 van de 10 personen met een aangeboren eenzijdige geleidingsdoofheid tot een significante verbetering (meer dan 1,6 dB).
Ruis aan horende zijde, en spraak van voren (situatie C). Uit eerder onderzoek was gebleken dat de verworven groep met Baha een gemiddelde verbetering van 3,1 dB ondervond; bij de aangeobren groep was dit 1,1 dB. Uit dit onderzoek leidde de Baha wederom bij 4 van de 10 personen met een aangeboren eenzijdige geleidingsdoofheid tot een significante verbetering (meer dan 1,6 dB). Over de hele groep werd geen significante verbetering gevonden.
Spraak aangeboden van voren met ruis aan de dove zijde (situatie D). Eenzijdig doven ondervinden zonder Baha normaal gesproken weinig hinder bij rumoer aan hun dove zijde. Echter, na Baha-toepassing wordt het geluid versterkt en wel hinderlijk. Uit eerder onderzoek was gebleken dat de gemiddelde verandering vergelijkbaar was tussen de verworven en aangeboren groep. Dit kwam overeen met een eerdere studie waarbij personen met een eenzijdige binnenoordoofheid in deze situatie veel slechter scoorden. Uit dit onderzoek volgde dat de scores binnen de aangeboren groep sterk van persoon tot persoon varieerden. Over de hele groep is met Baha geen significante verbetering gevonden.
Ook is bij kinderen het spraakverstaan getest. Uit dit onderzoek bleek dat bij 5 van de 8 kinderen een Baha leidde tot een significante verbetering in het spraakverstaan in ruis. Over de hele groep kwam dit neer op een verbetering van 23 procent van het spraakverstaan.
Mét Baha werd het verschil tussen het spraakverstaan aan de dove (situatie B) en horende zijde (situatie A) kleiner. Door een gedeeltelijke opheffing van het hoofdschaduweffect verbeterde het spraakverstaan met 33 procent.
Mét Baha verslechterde het spraakverstaan bij ruis aan de dove zijde (situatie D). Echter, mét Baha verbeterde het spraakverstaan met 18 procent bij ruis aan de horende zijde (situatie C).
Mét Baha volgde geen verbetering, als zowel spraak als ruis van voren werden aangeboden (situatie E).
Ten slotte werd geconcludeerd dat in de volgende opstellingen de mensen met aangeboren SSD significant beter scoorden dan de mensen met verworven SSD:
Er werden geen significante verschillen gevonden tussen de groep mensen met een brughoektumor en de groep mensen met een andere vorm van verworven SSD.
Om de eigen ervaringen van de Baha-gebruikers te onderzoeken zijn vier verschillende enquêtes afgenomen:
Abbreviated Profile of Hearing Aid Benefit (APHAB). Er werden vragen gesteld op drie gebieden van communicatie (het gemak van communicatie, horen bij galm en horen bij achtergrondgeluid), en op het gebied van luistercomfort. Op de eerste drie gebieden werd met Baha een verbetering opgemerkt; op het gebied van luistercomfort werd geen verbetering waargenomen. Er waren geen significante verschillen tussen aangeboren en verworven SSD. Wel was het interesant op te merken dat de mensen met aangeboren SSD zowel zonder als met Baha beter scoorden op het gemak van communicatie.
Glasgow Hearing Aid Benefit Profile (GHABP). Er werden vragen gesteld over de mate van handicap zonder Baha, het gebruik van de Baha, de voordelen van de Baha, de resterende handicap met Baha en de gebruikerstevredenheid. Er waren geen significante verschillen tussen aangeboren en verworven SSD.
International Outcome Inventory for Hearing Aids (IOI-HA). Er werden vragen gesteld over: het gebruik, de voordelen, de resterende activiteitsbeperkingen met Baha, de gebruikerstevredenheid, de impact op anderen en de kwaliteit van leven. Verder werden twee vragen toegevoegd. Daarbij gaf 90 procent aan dat ze de Baha aan anderen met hetzelfde type gehoorverlies zouden aanraden. Bovendien zou 69 procent nog steeds voor de Baha kiezen, als ze deze zelf zouden moeten betalen. Blijkbaar ging men er bij deze vraag van uit dat de Baha-gebruikers het toestel vergoed hebben gekregen, maar ikzelf het de Baha zelf moeten bekostigen, maar heb dat er dus ook voor over.
SSD-enquête. Er is ook een enquête afgenomen die zich richt op de verbeteringen van de kwaliteit van leven bij Baha-gebruikers met een eenzijdige binnenoordoofheid. Er werden vragen gesteld over het gebruik, de tevredenheid, het uiterlijk van de Baha, de bediening van de Baha, het voordeel in verschillende situaties. Ongeveer 75 procent gebruikte de Baha dagelijks ten minste 8 uren. En 73 procent vond dat de kwaliteit van leven met de Baha was verbeterd. De algemene tevredenheid op de 10-schaal was gemiddeld 7,4. Een ruime meerderheid prefereerde de Baha in de volgende vijf luistersituaties:
Ook uit dit onderzoek volgt geen duidelijke voorkeur voor de Baha bij het richtinghoren: 24 procent prefereerde de Baha en 11 procent zonder Baha, en het overige deel had geen duidelijke voorkeur.
Hieronder staat een lijst met enkele wetenschappelijke publicaties met betrekking tot de Baha en/of eenzijdige doofheid, die online volledig beschikbaar zijn.
link | titel | auteur(s) | publicatie | jaar |
artikel (PMID 17224524) | “Bahas in infants and children younger than 5 years” | Davids T, Gordon KA, Clutton D, Papsin BC | Arch Otolaryngology Head Neck Surgery 2007 Jan;133(1):51-5 | 2007 |
artikel (PMID 16868513) | “Patient satisfaction with the Baha: a 14-year experience” | Badran K, Bunstone D, Arya AK, Suryana-rayanan R, Mackinnon N | Otology & Neurotology 2006 Aug;27(5):659-66 | 2006 |
artikel (PMID 15837900) | “Long-term results of Baha recipients who had previously used air-conduction hearing aids” | Hol MK, Snik AF, Mylanus EA, Cremers CW | Arch Otolaryngology Head Neck Surgery 2005 Apr;131(4):321-5 | 2005 |
artikel (PMID 15096420) | “The Baha: quality-of-life assessment” | Hol MK, Spath MA, Krabbe PF, van der Pouw CT, Snik AF, Cremers CW, Mylanus EA | Arch Otolaryngology Head Neck Surgery 2004 Apr;130(4):394-9 | 2004 |
artikel (Clinical- Trials.gov) |
“Short-term and long-term efficacy of the Baha for SSD” | Linstrom CJ, Silverman CA | Poster presentation, Combined Otolaryngologic Spring Meeting (COSM), San Diego, CA April 26-29, 2007 | 2007 |
“Hear the other side — a report on SSD” | Dimmelow KL | Single- Sided- Deafness.com |
2003 | |
artikel (PMID 15148171) | “Speech-language and educational consequences of UHL in children” | Lieu JE | Arch Otolaryngology Head Neck Surgery 2004 May;130(5):524-30 | 2004 |
samenvatting | “Enkelzijdig ernstig gehoorverlies en CROS- hoortoestel” |
Klaas Thijs van der Laan | proefschrift RUG | 1984 |